Morfinecassette | YouChooz
Ga naar belangrijkste content
Alle verhalen & ervaringen

Morfinecassette

Neem een kijkje in het leven van een apothekersassistente. 

 

Een dag die ik nooit meer zal vergeten. Vandaag was het mijn taak om medicijnen te bezorgen. De collega’s hadden alle zaken klaargezet. Die kon ik vast inladen terwijl ik tussendoor de telefoon beantwoordde. Voor ik wegging, moest ik nog ampullen controleren bij Tanja die een morfine-cassette aan het maken was in de steriele bereidingsruimte.

 

We controleren altijd bij elkaar zodat we de juiste stoffen en juiste hoeveelheden hebben voor een bereiding. Samen met de huisarts had de apotheker de dosering en de samenstelling bepaald van de Dormicum® en morfine die in de cassette moesten. Deze cassettes worden vaak door apothekers gemaakt, maar Tanja had veel ervaring vanuit het ziekenhuis met het maken van dergelijke bereidingen en daarom deed zij het. Zo’n cassette wordt aangesloten op het infuus door een specialistisch team van de thuiszorg.

 

Met een bepaalde snelheid worden de medicijnen via het infuus toegediend door een automatische pomp. Zo komt er een continue dosis in het bloed. Via de pomp bestaat ook de mogelijkheid om extra bolussen tussendoor te geven. Een bolus is een extra dosis van de morfine. Als dit te vaak op een dag nodig is moet de continue dosis opgehoogd worden.

 

Er is dan een hogere concentratie geneesmiddel nodig. Dormicum® wordt gegeven voor angst en rust, morfine als pijnstiller en om benauwdheid te verminderen. De combinatie van deze twee medicijnen wordt veelal gegeven tijdens de laatste levensfase om deze periode voor het sterven zo aangenaam mogelijk te laten verlopen. De kofferbak vol met dozen, radio aan en gaan. Moet je je voorstellen: ik werkte op een nieuwe plek en wist nog maar net op het werk te komen.

 

Hoe kon ik dan in hemelsnaam efficiënt pakjes en medicijnen rondbrengen? Google Maps werkte in die tijd erg langzaam en iedereen had nog maar amper mobiele data. Uiteindelijk heb ik een kaart geprint, maar alsnog duurde het maanden voor ik zelf de route kon bepalen. Mijn eerste stop was een verzorgingshuis, daar liet ik bergen aan incontinentiemateriaal achter.

Toen ging ik terug naar de apotheek om de cassette op te halen. De radio in mijn auto stond nog steeds aan, maar ik hoorde er niets van. Ik zag op tegen de volgende stop. Bij het huis aangekomen, stond ik met lood in mijn schoenen voor de deur. Roelof deed open, zijn schouders en hoofd voorovergebogen. Ik kende Roelof inmiddels wel, hij was de weken daarvoor vaak aan de balie geweest. Hij begroette me vriendelijk en vroeg me binnen. Daar had ik niet op gerekend! Uit respect deed ik wat hij vroeg. ‘Schrik niet als je Siertje ziet,’ zei hij, ’fijn dat je er bent’. Ik knikte, gaf hem een vriendelijke blik, haalde nog eens diep adem en liep de woonkamer in. Ik liep steeds langzamer. Ik kreeg het koud. Daar lag ze. Siertje.

 

Een moeder die het einde van haar leven naderde in een ziekenhuisbed in de huiskamer van het huis waar ze met haar gezin woonde. Ik schrok van haar aanblik, van haar dunne armen en ingevallen gezicht. Ze had het monster niet overwonnen, ze zag er slecht uit. Ik begroette de jongeman die op de bank zat. ‘Mama is niet meer wie ze was’, vertelde hij. Ze riep een paar onverstaanbare woorden en sloeg wild met haar armen. Ik schrok op, alsof ik uit een roes gehaald werd en deed een stap naar achteren. Roelof ging naast haar zitten op het bed en hij gaf haar de druppels Dormicum®.

 

Terwijl ze rustiger werd, keek ik naar de zoon. De pijn was in zijn ogen te lezen. Het was op. Ze waren er allemaal kapot van. Ik vroeg of het specialistisch team al onderweg was. Hij knikte bevestigend. Ik gaf hem het pakje met de morfinecassette en nam afscheid met de woorden: ‘Sterkte met alles’. Nietszeggende woorden, maar wel gemeend. Bij het weggaan kwam ik de verpleegkundige tegen en ik vertelde haar dat ik de cassette net had gebracht. Ze knikte en zei: ‘Ik hoop dat mevrouw hierdoor rustig wordt en dat ze zonder pijn kan slapen.’ Dat hoopte ik ook. Ik weet niet eens meer hoe ik terug ben gekomen bij de apotheek.

 

Ik wilde naar mijn collega’s en een glaasje water drinken. Daar had ik niet lang de tijd voor, er moest nog veel bezorgd worden. De radio zette ik uit, het paste niet bij mijn stemming. De gesprekken met de andere patiënten kwamen maar amper binnen. In de loop van de dag verbeterde dat wel en merkte ik dat ik me weer kon openstellen voor andere prikkels. Weer terug in de apotheek controleerde ik alles voor de derde bezorgronde. De telefoon bleef ook maar gaan en tussendoor namen zowel Hinke als ik een lijn aan. Ik sprak mevrouw Benters, ze miste één soort van haar medicijnen bij de bezorging.

 

Ik zocht naar het ontbrekende puzzelstukje en vond hem bij de nazendingen vanuit de groothandel. Mooi! ‘Ik breng hem straks nog even bij u’, zei ik tegen mevrouw Benters en ik zette het zakje bij de spullen voor mijn route. Hinke kwam naar me toe. Ik zag haar blik en ik voelde de kleur uit mijn gezicht verdwijnen. Het werd stil in de apotheek. Tanja kwam naar me toe en sloeg haar arm om mijn schouder. Ik voelde mijn ogen prikken en moest me aan het werkblad vasthouden. Siertje was zojuist overleden.